Over Engelen

Sonia is bereikbaar op:

+32 3 366 58 71

enkel van maandag tot en met vrijdag op werkdagen tussen 17 en 18u.
Ingevolge de AVG, van kracht sinds 25 mei 2018, kunt u hier de privacyverklaring lezen. 

U kunt een bericht aan Jan achterlaten via het contactformulier. Sonia heeft echter geen e-mail. Sonia kan bereikt worden per telefoon op het afgesproken tijdstip (zie hierboven) of per brief. Het is dus zinloos naar Jan te schrijven in de hoop dat Sonia antwoordt.

Datum: 
25 jun 2003
Bron: 
Asait
Kwotering: 
0

Hoe verhouden I AM / ziel / beschermengel zich tegenover elkaar? Ik bedoel: wat is de volgorde van ontstaan; wat is wat? Ik denk zo: eerst ontstaat de goddelijke vonk / deze splitst zich in meerdere overzielen / die zich dan weer opsplitsen in ‘gewone’ zielen. Klopt dit? Is een beschermengel een opsplitsing van dezelfde overziel? Zijn m.a.w. wijzelf en onze beschermengel onderdeeltjes van eenzelfde opsplitsing waarvan het beschermengel-deeltje nooit incarneerde en wj wel? Hoeveel beschermengelen hebben wij momenteel? Twee? Ik vroeg hun naam en kreeg Ezechiël en Gabriël. B kreeg Zadkiël en Rafaël. Maar dat zijn geen ‘gewone’ beschermengelen...

Voor uw verder vraag – dat is in feite, zegt uw ziel, een nodeloos grapje van het mentaalastrale dat daar heel veel belang aan hecht, aan heel die verbinding tussen het IK BEN, de ziel, de overziel, de beschermengel en dat moet allemaal uitgeplozen worden, zeggen de astrale ikken, want dat is belangrijk, want anders kan IK er niet aan uit. Wel laat ons het volgende vertellen.

Er wordt veel te veel geharrewar gemaakt omtrent deze kwestie. Alles zit IN mekaar, niet naast mekaar – en eerst was dàt en dan was dit en dan was dàt. Wat wél waar is, is dat diegene of datgene wat u de God van Schepping noemt, wat eerder een massale intelligentie is dan een persoonlijkheid – maar wel een zielepersoonlijkheid is – de ziel die de God van Schepping is, is begonnen met uit te ademen. En de eersten die uitgeademd werden kan u de aartsengelen noemen wat Moeder Aarde betreft en bepaalde zonnestelsels en bepaalde galaxieën. Er is een engelenras en er is een ander ras en nog een ander ras en nog een ander ras. Er is een devaras en er is een ras dat u het mensenras kan noemen. Er zijn inderdaad vanuit de groepering die men mensen noemt individuen, zieleindividuen geweest, die hebben geprobeerd engel te worden – en die daar in studie en in training zijn geweest, ondersteund - natuurlijk - door de oorspronkelijke engelen. En er zijn engelen die uit liefde en uit dienst en uit evidentie en logica mensengedaanten hebben aangenomen, maar het gaat dan over vorm, in feite spreekt u over vorm. Alle zielen zijn met mekaar gemixt, er is niets in de kosmos afgesplitst.

U vraagt of een beschermengel een opsplitsing is van dezelfde overziel. Neen, in feite niet. Oorspronkelijk niet. En toch zijn die groepen engelen en mensen en zielen niet afgesplitst – ze werken samen. Al die energieën mixen zich met mekaar. En er is een verschil tussen een beschermengel en een gids. Gidsen zijn niet altijd van het engelenras. En er zijn niet alleen beschermengelen, er zijn engelen van alle orde en daarom raden wij u het volgende. Ga eens in bepaalde literaire werken nog steeds, want u bent nog steeds in studie, en dat kan interessant zijn omdat u innerlijk uw akashisch innerlijk zal zeggen wie, wat, waar, hoe begonnen en waarom en wat wat is. Engelen zijn geen mensen en mensen zijn geen engelen. Hoewel ze getracht de vorm aan te nemen om hun dienst te doen – tijdelijke vorm.

Ga in bepaalde literaire werken1 - dus het kleine engelenboekje - dat u zal zeggen hoeveel engelen er zijn en waarvoor ze - globaal dan - kunnen gebruikt worden. Gaat u ook in het literaire werk dat u zal zeggen wat de fysieken van de engelen zijn en wat dat met wetenschap en met godsdienstwetenschappen te maken heeft en wat die engelen daarmee te maken hebben en hoe engelen zich in de hemelen kunnen manifesteren via wolkenformaties ondermeer. Wat ondermeer de religieuze-esoterische toedracht is van de verschijningsvorm van engelen. Dit boek is voor u heel belangrijk. En deze twee literaire werken kunnen u na de verbinding geduid worden. Dus het kleine boekje van de engelen2 en dan het boek omtrent de fysieken van de engelen.

Wij zijn zelf - natuurlijk, kan u zeggen - onze eigen beschermengel. Omdat het beschermende, engelachtige deel (want dat heeft de mens, dat is niet afgesplitst) zich samensmelt met de persoonlijke beschermengel of –engelen. Er zijn mensen die één beschermengel hebben en er zijn er die er meerdere hebben, twee of meer. Er zijn er die er tien hebben, er zijn er die er een paar duizend hebben. Daar is niets mis mee. Dat hangt af van de keuze van de ziel in kwestie, want engelen zijn gemaakt om gebruikt te worden.

De engelen moeten de toelating hebben van de mens, beter gezegd van de ziel dus. En bepaalde zielen zullen natuurlijk, en zij zijn in aantallen, van voor hun intrede in incarnatie beslissen hun toelating te geven aan een reeks beschermengelen die dan meekomen vanaf de bezieling van de foetus - en dat is ongeveer (als u het dan echt letterlijk wil weten, zegt de ziel met een glimlach) rond ongeveer 3 à 4 maanden, wanneer de foetusbehuizing fatsoenlijk genoeg ontwikkeld is omdat de ziel daar haar be-zieling van bewustzijn, van individueel zielebewustzijn, kan inzetten. Het is de ziel van de moeder die de foetus voor een deel bezielt en het is het goddelijke principe dat het foetushuisje ook bezielt. En dan treedt de ziel maar met haar individuele bezieling, atomaire, moleculaire bezieling, om de eigenheid te maken van die foetus op 3 of 4 maand in.

En dan zijn de engelen daarbij, want die komen mee. Natuurlijk, ze zijn besteld geweest door de ziel. En natuurlijk kunnen engelen wisselen – er is altijd minstens één engel die het hele geïncarneerde leven blijft. Maar dat is zoals een toneelstuk : de engelen zijn dienaars en weten dat het leven van een mens er uitziet als fazen, die aan de randen over mekaar en in mekaar, mekaar overlappen, in mekaar schuiven. Fazen zijn geen dingen die naast mekaar staan, maar die zitten IN mekaar, raken mekaar.

En zo zullen engelen met een bepaalde capaciteit hun werk zien en beschouwen als af en ze zullen plaats ruimen voor een engel, die dan weer goed is in andere dingen, die aangepast is aan de volgende fase van de beschermeling, van de te begeleiden persoon, van de te dienen zielepersoonlijkheid en lagere persoonlijkheid. Want engelen zijn onvoorwaardelijk en zij maken daar geen verschil in. Zij wéten het verschil, maar ze zullen niet óf-óf, maar én-én beide partijen dienen : dus de zielepersoonlijkheid en de lagere persoonlijkheid én de vijf lichamen én de situaties én de materie waar die beschermeling mee moet werken of wil werken in het leven.3

En die engelen smelten zich allemaal samen met het engelengedeelteke dat de mens ook in zich meedraagt, want kijk eens, de mens heeft gelijk wanneer je tegen mekaar zegt “jij bent toch een engel”. De mens herkent dan bij de andere mens het engelengedeelte! Zo duidelijk is dat.

Men moet daar niet over verwonderd zijn. “Wel kijk eens. Kijk eens weer”, zegt de ziel. De God van Schepping heeft de wezenheden waarmee Hij de geschapen kosmos populeerde, bevolkte, niet zogezegd nà mekaar (want het zat al allemaal in de God van schepping) uitgeademd, maar Hij heeft het eerste en het beste daar gezet, de Engelen. En dat zijn energieën van een engelachtige kwaliteit4. Daarom dient u het wezen van de engelen5 nog beter te leren kennen, steeds weer, en u bent daar mee bezig.

Maar heel die zaak van de kip of het ei, laat dat toch rusten, u maakt nodeloos uw verstand moe. Het verstand van de mens kan dat niet begrijpen vooral niet in incarnatie. Maar men kan wel wat leren, het ene mét het andere, en dus het ene na het andere. Er is geen enkel probleem daaromtrent. Maar als de God van Schepping, die Grote Al-intelligentie, die besloten heeft op een bepaald ogenblik uit te ademen, eerst de aartsengelen uitademde en dan zogezegd daarna, maar in feite mét en bijna onmiddellijk daarbij, diegenen die u kent als mens, dan moet u eens gaan zien vanwaar komt de mens? Al om te beginnen op uw planeet Aarde.

De mens is oorspronkelijk de goddelijke vonkintelligentie van een menselijke geaardheid omdat de God van Schepping verscheidenheid uitgeademd heeft, van een intergalactisch begin. De ziel van wat u nu kent als mens was vlak na de aartsengelen en de engelen, al bijna onmiddellijk aanwezig in de lichtvorm overal verspreid in de galaxieën. Een wezen begiftigd met materische intelligentie, met de possibiliteit, met de capaciteit, met de potentie daartoe. De potentie om materie, beter gezegd energie, te verdichten, waardoor materie ontstond - dat is eigen aan de mens. Dat is wat meesters doen. Daarom zijn meesters van menselijke oorsprong. Eigenlijk wel.

Maar u bent ook allen van zonnelogos-oorsprong. Dus wat wil dat zeggen? Wat is nu het verschil tussen een mens en een engel, het diafane, het etherische? Alhoewel engelen niet óf-óf, maar ook én-én, de dingen in de stof kunnen (mede door de capaciteit van het wezen, mens) materische dingen kunnen laten ontstaan, materische toestanden, voorvallen, gebeurtenissen, omstandigheden. Engelen, die kennen dat, maar ze geven de oorspronkelijke capaciteit eerst aan de mens omdat dat IN de mens ligt. Ze werken dus méé met de mens omdat zij de voorrang geven - al dienend - aan de capaciteit van wàt zij dienen en wié zij dienen. Zij bezitten de capaciteit van het totaal-etherische. En ze kùnnen natuurlijk aan het uitspansel van uw planeet, in de atmosfeer, waar wolken aanwezig zijn wolkenformaties scheppen. Het is door hun geest van liefde dat zij zich willen manifesteren aan de mens, om de mens vertrouwen te geven, dat de mens beschermd is, dat de mens geïnspireerd wordt door verbeelding.

Kinderen zeggen: “Kijk eens mama wat ik hier allemaal in de wolken heb gezien”. Kinderen zijn niet gek. Een reus, een prins, een kasteel, een engel,.. vormverandering! Hoewel de wetenschappers dan zeggen: er is daar wind daarboven en daardoor gaan atomair wolkenformaties gebeuren omdat er iets gebeurt met de dampkring, omdat er iets gebeurt met het water. En wetenschappers van de natuurkunde zullen dat allemaal heel goed kunnen uitleggen, maar ze zullen niet over (de meeste althans) niet over engelen spreken. Want de mens heeft geleerd dat de engelen tot religie behoren. Engelen behoren overal toe. Ze behoren niet alleen tot God. Ze behoren de mens, want het is God die de engelen aan de mens gegeven heeft. Daarom schiep God eerst de engelen, ademde hij éérst de engelen uit. Aartsengelen en dan engelen, hoe u het ook wil zien. Alles is vermengd – het is geen opsplitsing. Het was er altijd al. Tegelijkertijd, van in den beginne. En wij zijn (dat kan u van uzelf zeggen) voor een heel stuk dus uw eigen beschermengel, ook en-en, samen met de samensmelting van die ene of die meerdere engelen die de ziel mee commandeert mee te komen in incarnatie. Zo simpel is dat.

Maar ja, natuurlijk was daar dus de eerste goddelijke vonk en deze goddelijke vonk die zich in meerdere overzielen manifesteerde (niet splitste!) en dan weer die onderdelen in onderdelen van onderdelen van onderdelen; éénheid in verscheidenheid is DE formule geweest en die kwam uit het goddelijke beginsel.

Wat bedoelt u met beschermdeeltje dat nooit incarneerde en wij wel?

Wat is incarnatie?

Energetische verdichting. Natuurlijk kan u dan zo gezien, wetenschappelijk, wiskundig, atomair gezien, dat het engelenbeschermdeeltje dat u zelf bent niet in de stof, in de stoffelijke verdichting, beter gezegd de energetische verdichting, zodat vaste stof ontstond, incarneerde.

Incarneren is dus niet indalen op een plaats, iedereen is alomtegenwoordig en dat is wat het IK BEN u ook zegt. U bent alomtegenwoordig. U bent niet alleen op planeet Aarde. Dus uw beschermende kracht strekt zich ook over andere galaxieën uit, omdat u ook in andere galaxieën aanwezig bent, in andere vormen, maar ook me diezelfde beschermengelendelen en devadelen, want de mens is ook voor een deeltje zijn eigen deva begeleider en beschermer, want ook de devawereld is versmolten met de mensenwereld. Maar een deva is geen engel.

U bent in feite bezig met pure goddelijke exploratie. En dat is een zaak van grote interesse en geluk. En het is een zeer interessante zaak. God-kunde. En God zal zich openbaren op de duur, langs atoomkunde, wetenschap en wiskunde. Als men God wil begrijpen, met het verstand begrijpen, met het verstand op nul, als men God wil terugvinden, dan zal het nodig zijn dat stilletjes aan generaties opstaan, veel meer wetenschappers, veel meer kunstenaars, veel meer onderzoekers. En daarom zal er gezorgd worden dat onderzoekscentra op uw planeet ondersteund worden, dat daar geld voor vergaard wordt, want het is nodig dat de mens God zal leren herkennen in het oeratoom.

Gaat u dus ook eens in het literaire werk dat een deel van de leer, van de goddelijke theologische leer (terwijl het geen theologie is, letterlijk), maar de god-kennis tot planeet Aarde gebracht heeft door onze beminde broeder, heer Meester Djwal Khul – het boek dat u zal zeggen wat het bewustzijn van het atoom6 is. En zo gaat u de stukjes van de zogenaamde puzzel terug bij mekaar brengen en u bewust worden dat niets gesplitst is. Boeken schrijven natuurlijk over splitsing, maar dat is het niet. Het zit IN mekaar en het was er van in den beginne. In fazen is het natuurlijk in verdichting, in grotere verdichting, nog grotere verdichting, nog grotere verdichting terechtgekomen. De mens noemt dat opsplitsing. Atomair gezien, zijn dat vormverdichtingen in verscheidenheid die al van in het begin aanwezig waren. In feite is er altijd alles geweest, maar doordat de kosmos beweegt kan men alleen maar spreken over vormverandering. Als de goddelijke geest van een olifant zou willen, zomaar even, dan kan hij veranderen (in vormverandering) in een woelmuis, in een tijger, in een slang. Maar de godgeest van de olifant zal dat niet doen, omdat hij geen verstoring wil brengen, deze godgeest van de olifant, in het evenwicht van de geschapen kosmos. Een bewegend en veranderend evenwicht, waar het centrale gewicht van evenwicht altijd blijft bestaan.

U vraagt hoeveel beschermengelen u heeft. Zoveel als u wil. “Wat is hebben? Aangereikt gekregen geweest zijn?”, vraagt de ziel al lachend. Maar nee, toch! Waarom kreeg u Ezechiël? Welk soort engel is Ezechiël? Wel dat zal u terugvinden in het kleine boekje van de engelen. En omdat u al heel veel levens doorgebracht heeft met een grote belangstelling voor het profetische (en dat heeft niets te maken met voorspellingen – dat is de verkondiging van het woord Gods dat gewoon vlees geworden is, stof geworden is, materie geworden is, atoom geworden is, tastbaar geworden is, verdicht en ontdicht kan worden - dat is wat Ezechiël doet : het woord Gods handhaven). Deze magische engel is goed bij u. Gabriël, communicatie! En de droom van de vrouw vooral. Ook dat gaat u terugvinden in het kleine boekje van de engelen. Dien deze hoge heren zoals zij u willen dienen en met, voor en door u de wereld van licht en liefde dienen. Uw gezellin kreeg niet voor niets heer Zadkiël, de hoge heer van totaal, succes en doorstroming en heer Rafaël, totaal succes en doorstroming van alles wat met genezing te maken heeft en het herstel van de vrouwelijke kracht – ook zij. En u bent daar beiden mee bezig. Maar er zijn nog veel meer engelen die u tot de uwen kan maken. Om het in uw menselijke taal te zeggen: het is onbeleefd, zegt de ziel met een grote schaterlach, slechts twee engelen te ‘hebben’, omdat men dan denkt en in situaties staan dat men ze ‘maar heeft’. Eigen u op een lieftallige manier nog meer engelen toe. Ze vragen niet beter, want hoe meer ze aangeroepen worden, hoe meer ze toelatingen en opdrachten krijgen, hoe meer ze kunnen doen. Hoe meer ze kunnen doen, hoe meer ze kunnen groeien en hoe meer ze groeien, hoe meer ze voor anderen kunnen doen. Help de engelen groeien door niet in beperking te gaan, door te denken dat u maar twee engelen ‘hééft’.

Aanroepen is hebben. En dat is het wonder van vermenigvuldiging. Meester Jezus deed dat – permanent. Hij aanriep de goddelijke geest van onvoorwaardelijke overvloed, die langs de formules van vermenigvuldiging gingen. Meester Jezus was een alchemist en een van formaat. En niet voor niets zijn meester Jezus en heer Hilarion dikke vrienden in deze hogere sferen. Er wordt wel wat afgelachen, zoals u zegt ‘hierboven’. Er wordt heel wat afgelachen tussen u allen. Wij lachen heel wat af tussen u allen, want wij zijn tussen u allen. Vanwege de magie, vanwege de alchemie, vanwege de vreugde en het gespetter dat dit met zich mee brengt. Wat zou u zich verlagen, want dat is zoals uw ziel het u zegt, te gaan definiëren dat deze hoge engelen geen ‘gewone’ beschermengelen zijn - ze zijn heel gewoon in wie ze zijn.

Het zijn volgens de ‘definitie’ van de mens geen gewone beschermengelen, ondersteuners – het zijn er aartsengelen. Maar maak u daar toch niet druk over. Zelfs als de ikken zeggen ‘jamaar, dat doe ik niet hoor’ – u zou er zelfs niet moeten aan dénken dat u engelen op een rijtje zet en dat u met uw mentale de engelen zou zien als ‘die, dat is een gewone engel, gewone beschermengel – maar die hoge engelen, daar moeten we meer voor doen’. Alstublieft de engelen zélf maken daar geen verschil in - doet u dat dus ook niet. Engelen handhaven hun gewone hiërarchische orde zoals zij zijn. De engelen ZIJN. Die denken niet na. Beschermengelen, ja die moeten wel een handje gaan toesteken, dat valt buiten kijf, dat doén zij ook die aartsengelen, want ze zijn allen met allen en in allen in alle verscheidenheid in eenheid verbonden.

Het is één grote pot nat. Jawel. Het is één grote feesttaart, met miljarden kaarsjes – en als men ze uitblaast (en dat is het plezierige van die kaarsjes, mensen op uw planeet hebben die ook al kunnen maken), dan gaan die even voor een seconde blijkbaar uit en ontvlammen ze vanuit zichzelf terug. Dat is juist de engelenkracht. Engelen kunnen niet gedood of vernield worden, niets in de kosmos kan dat. Dood bestaat niet.

En er valt heel wat, vooral met de engelen, te doén. Er valt niet zozeer van alles te wéten over de engelen, hoewel dat natuurlijk heel plezierig kan zijn, maar er valt vooral van alles te doen. Niet eerst weten, controleren en dan veilig denken te zijn en dan gaan doen - heel bescheiden en heel voorzichtig. Engelen zijn juist wezens die de mensen beschermen - tégen zichzelf, tégen het klein denken, tégen valse bescheidenheid, tégen de illusie van onvoorwaardelijke overvloed. Daarom zal elke dag een ritueeltje gedaan worden ook voor heer Zadkiël. Ga dus zeker elke dag een klein ritueeltje voor heer Zadkiel doen. En u zal begrijpen waarom. Dit is dus een informatie voor uw geliefde, maar niet alléén voor uw geliefde – ook voor u. Want wie iets voor een ander doet, doet het voor zichzelf en wie iets voor zichzelf doet, doet het voor iemand anders. Dit is gewoon zo, want zo wérkt het, het is ook niet afgescheiden – ook dààr niet. Het is dus niet ‘ik heb die engelen en mijn partner heeft andere’ – dit is een denkfout. Engelen zijn er om door iedereen aangeroepen te worden - de ene misschien wat meer aandacht krijgend dan de andere - men kan er gewoon mee spelen, want het is het goddelijke spel. Engelen bezitten de capaciteit niet verstoord of verbolgen te zijn, of op de tenen getrapt te zijn – engelen kùnnen dat niet, want ze zijn onvoorwaardelijk.

Gaat u ook werken met heer Hamaël – ook dié vindt u terug in het kleine boekje van de engelen – en u zal zien waarom. Maar werken met de engelen is in deze tijden werkelijk een must. Uw ziel zegt daar echt letterlijk bij ‘het is bijna van moetens, vanuit evidentie, niet vanuit dwang’ – er is een groot verschil tussen evidentie en dwang. Als evidentie gezien wordt, dan vervalt de energie van dwang vanuit zichzelf en meldt ze zich nergens meer aan. Ook u kan voor de geliefden van uw geliefde engelen aanroepen en ernaartoe sturen, in naam van de Christus en in naam van de liefde. Zo simpel is het. In naam van God. U kan spreken in naam van God. U heeft alle toelating van God. Gaat u dus door.

  • 1. “The Physics of Angels, Exploring the Realm Where Science and Spirit Meet” - Sheldrake, Rupert & Fox, Matthew isbn 0-060628642 - Harper San Francisco, 1996
  • 2. “Het kleine engelenboek” - Freeman, E. E. isbn 90-534-0045-1- Synthese, 2000
  • 3. “Engelen, raadpleeg engelen voor leiding, troost en inspiratie” - Melville, Francis isbn 90-5764-534-3 - Librero
  • 4. “Archangels & ascended Masters, a Guide to Working and Healing with Divinities and Deities” - Virtue, Ph. D. Doreen isbn 1-4019-0063-1 - Hay House
  • 5. “Angel Inspiration, how to change your world with the angels” Cooper, Diana isbn 0-340-73323-3 - Hodder & Stoughton
  • 6. “Het Bewustzijn van het atoom” - Bailey, Alice A. isbn 90-6271-503-6 - Mirananda, Den Haag

copyright

Deze tekst is vrij voor persoonlijk gebruik. Gelieve niet te gebruiken in een publicatie of een workshop zonder uitdrukkelijke toestemming. ©1985-2018 Sonia Hoste